Tempo Medical 376 - page 18

ESSENTIELLE GEGEVENS 1.NAAM VAN HET GENEESMIDDEL
BYDUREON 2 mg poeder en oplosmiddel voor
suspensie voor injectie met verlengde afgifte.
2. KWALITATIEVE EN KWANTITATIEVE SAMENSTELLING
Elke
injectieflacon bevat 2 mg exenatide. Voor de volledige lijst van hulpstoffen, zie rubriek ‘Lijst van hulpstoffen’ van
de SKP.
3. FARMACEUTISCHE VORM
Poeder en oplosmiddel voor suspensie voor injectie met verlengde afgifte.
Poeder: wit tot gebroken wit poeder.Oplosmiddel: heldere, kleurloze tot lichtgele of lichtbruine
oplossing.
4.KLINISCHE GEGEVENS 4.1Therapeutische indicaties
BYDUREON is geïndiceerd voor de
behandeling van diabetes mellitus type 2 in combinatie met metformine, sulfonylureumderivaten, thiazolidinedion,
metformine en een sulfonylureumderivaat, metformine en een thiazolidinedion bij volwassenen bij wie geen
adequate glykemische controle werd bereikt bij maximaal verdraagbare doseringen van deze orale behandelingen.
4.2 Dosering en wijze van toediening
Dosering De aanbevolen dosering is 2 mg exenatide eenmaal per week.
Patiënten die van exenatide tweemaal daags (BYETTA) omschakelen op BYDUREON kunnen voorbijgaande
verhogingen in bloedglucoseconcentraties ervaren, die gewoonlijk verbeteren binnen de eerste twee weken na
aanvang van de therapie.Als BYDUREON wordt toegevoegd aan een lopende behandeling met metformine en/
of een thiazolidinedion, kan de bestaande dosering metformine en/of thiazolidinedion worden voortgezet. Als
BYDUREON wordt toegevoegd aan een behandeling met een sulfonylureumderivaat, moet een verlaging van
de dosis sulfonylureumderivaat worden overwogen om het risico van hypoglykemie te verlagen (zie rubriek
‘Bijzondere waarschuwingen en voorzorgen bij gebruik’).BYDUREON moet eenmaal per week op dezelfde dag
van de week worden toegediend. De dag van de wekelijkse toediening kan indien nodig worden gewijzigd zolang
de volgende dosis tenminste een dag (24 uur) later wordt toegediend. BYDUREON kan op ieder moment van de
dag worden toegediend, met of zonder maaltijden.Als er een dosis wordt gemist, moet die worden toegediend
zodra dit praktisch mogelijk is. Daarna kunnen patiënten hun wekelijkse schema van toediening hervatten. Er
mogen geen 2 injecties op dezelfde dag gegeven worden.Het gebruik van BYDUREON vereist geen additionele
zelfcontrole. Het zelf meten van de bloedglucose kan nodig zijn om de dosering van het sulfonylureumderivaat aan
te passen.Als na discontinuering van BYDUREON wordt begonnen met een andere antidiabetische behandeling,
moet met de verlengde werking van BYDUREON rekening gehouden worden (zie rubriek ‘Farmacokinetische
eigenschappen’ van de SKP).Bijzondere patiëntengroepen
Ouderen
Er is geen dosisaanpassing nodig gebaseerd
op leeftijd. Omdat de nierfunctie echter in het algemeen afneemt met de leeftijd, dient met de nierfunctie
van de patiënt rekening gehouden te worden (zie Patiënten met nierinsufficiëntie)
.
De klinische ervaring
bij patiënten ouder dan 75 jaar is erg beperkt (zie rubriek ‘Farmacokinetische eigenschappen’ van de SKP).
Patiënten met nierinsufficiëntie
Voor patiënten met lichte nierinsufficiëntie (creatinineklaring 50 tot 80 ml/min)
is geen dosisaanpassing nodig. Klinische ervaring bij patiënten met matige nierinsufficiëntie (creatinineklaring
30 tot 50 ml/min) is erg beperkt (zie rubriek ‘Farmacokinetische eigenschappen’ van de SKP). BYDUREON wordt
voor deze patiënten niet aanbevolen.BYDUREON wordt niet aanbevolen voor gebruik bij patiënten met terminale
nierziekte of ernstige nierinsufficiëntie (creatinineklaring < 30 ml/min) (zie rubriek ‘Bijzondere waarschuwingen
en voorzorgen bij gebruik’).
Patiënten met leverinsufficiëntie
Bij patiënten met leverinsufficiëntie is geen
dosisaanpassing nodig (zie rubriek ‘Farmacokinetische eigenschappen’ van de SKP).
Pediatrische patiënten
De
veiligheid en werkzaamheid van BYDUREON is nog niet vastgesteld bij kinderen en adolescenten jonger dan
18 jaar (zie rubriek ‘Farmacokinetische eigenschappen’ van de SKP). Er zijn geen gegevens beschikbaar.Wijze
van toediening BYDUREON is bedoeld voor toediening door de patiënt zelf. Elke kit mag maar door één persoon
gebruikt worden en is voor eenmalig gebruik.Voor mensen die niet in de gezondheidszorg werken en het product
toedienen wordt geschikte training aanbevolen. De “Instructies voor de gebruiker” in de verpakking moeten door
de patiënt nauwkeurig worden gevolgd.Elke dosis moet direct na suspenderen van het poeder in het oplosmiddel
in de buik, dij of de achterkant van de bovenarm worden toegediend als een subcutane injectie.Voor instructies
over reconstitutie van het geneesmiddel voorafgaand aan toediening, zie rubriek ‘Speciale voorzorgsmaatregelen
voor het verwijderen en andere instructies’ van de SKP en de“instructies voor de gebruiker”.
4.3Contra-indicaties
Overgevoeligheid voor het werkzame bestanddeel of voor één van de hulpstoffen.
4.4 Bijzondere
waarschuwingen en voorzorgen bij gebruik
BYDUREON mag niet worden gebruikt door patiënten met diabetes
mellitus type 1 of voor de behandeling van diabetische ketoacidose.BYDUREON dient niet als intraveneuze of
intramusculaire injectie te worden toegediend.Dit geneesmiddel bevat minder dan 1 mmol natrium (23 mg) per
dosis, d.w.z. in essentie “natriumvrij”.Nierinsufficiëntie Bij patiënten met terminale nierziekte die worden
gedialyseerd, namen bij toediening van enkelvoudige doses exenatide tweemaal daags de frequentie en ernst van
gastro-intestinale bijwerkingen toe. BYDUREON wordt daarom niet aanbevolen voor gebruik bij patiënten met
terminale nierziekte of ernstige nierinsufficiëntie (creatinineklaring < 30 ml/min). De klinische ervaring bij
patiënten met matige nierinsufficiëntie is erg beperkt en het gebruik van BYDUREON wordt niet aanbevolen.Er zijn
met exenatide zeldzame, spontaan gemelde voorvallen van een veranderde nierfunctie geweest, waaronder een
toegenomen serumcreatinine, nierinsufficiëntie, verslechterd chronisch nierfalen en acuut nierfalen, waarbij soms
hemodialyse nodig was. Soms betrof dit patiënten die voorvallen ondervonden die invloed kunnen hebben op de
hydratatie, waaronder misselijkheid, overgeven en/of diarree en/of die geneesmiddelen gebruikten waarvan
bekend is dat deze de nierfunctie/hydratatiestatus beïnvloeden. Gelijktijdig gebruikte geneesmiddelen waren
angiotensineconverterendenzymremmers, angiotensine-II-antagonisten, niet-steroïde anti-inflammatoire
geneesmiddelen en diuretica.Omkeerbaarheid van de veranderde nierfunctie is waargenomen bij ondersteunende
behandeling en bij het staken van het gebruik van middelen, waaronder exenatide, die mogelijk de oorzaak waren.
Ernstige gastro-intestinale aandoeningen BYDUREON is niet onderzocht bij patiënten met een ernstige gastro-
intestinale ziekte, waaronder gastroparese. Het gebruik ervan gaat vaak gepaard met gastro-intestinale
bijwerkingen, waaronder misselijkheid, braken en diarree. Daarom wordt het gebruik van BYDUREON niet
aanbevolen bij patiënten met een ernstige gastro-intestinale ziekte.Acute pancreatitis Het gebruik van GLP-1-
receptoragonisten wordt in verband gebracht met een verhoogd risico op het ontwikkelen van acute pancreatitis.
Er zijn zeldzame, spontaan gemelde voorvallen van acute pancreatitis geweest met BYDUREON. Genezing van
pancreatitis is waargenomen bij ondersteunende behandeling, maar zeer zelden voorkomende gevallen van
necrotiserende of hemorragische pancreatitis en/of overlijden zijn gerapporteerd. Patiënten dienen geïnformeerd
te worden over het kenmerkende symptoom van acute pancreatitis: aanhoudende, ernstige abdominale pijn. Als
er een vermoeden van pancreatitis is, dient het gebruik van BYDUREON gestaakt te worden. Als een acute
pancreatitis wordt vastgesteld, dient de behandeling met BYDUREON niet hervat te worden. Voorzichtigheid is
geboden bij patiënten met een geschiedenis van pancreatitis.Gelijktijdig gebruik van andere geneesmiddelen Het
gelijktijdige gebruik van BYDUREON met insuline, derivaten van D-fenylalanine (meglitiniden),
alfaglucosidaseremmers, dipeptidylpeptidase-4-remmers of andere GLP-1-receptoragonisten is niet onderzocht.
Het gelijktijdig gebruik van BYDUREON en exenatide tweemaal daags (BYETTA) is niet onderzocht en wordt niet
aanbevolen.Hypoglykemie Tijdens klinische onderzoeken is gebleken dat de kans op hypoglykemie verhoogd was
bij gebruik van BYDUREON in combinatie met een sulfonylureumderivaat. In klinische studies hadden patiënten
met lichte nierinsufficiëntie die een combinatie met een sulfonylureumderivaat kregen bovendien een verhoogd
optreden van hypoglykemie, vergeleken met patiënten met een normale nierfunctie. Om het risico van
hypoglykemie bij gebruik van een sulfonylureumderivaat te verlagen, dient verlaging van de dosis van het
sulfonylureumderivaat te worden overwogen. Snel gewichtsverlies Snel gewichtsverlies (> 1,5 kg per week) is
gerapporteerd bij patiënten die met exenatide zijn behandeld. Gewichtsverlies in deze mate kan ernstige
consequenties hebben.Interactie met warfarine Bij gelijktijdig gebruik van warfarine en exenatide zijn er enkele
gevallen van verhoogd INR (International Normalized Ratio) gerapporteerd, soms gepaard gaand met bloedingen
(zie rubriek ‘Interacties met andere geneesmiddelen en andere vormen van interactie’ van de SKP).Discontinueren
van de behandeling Na discontinuering kan het effect van BYDUREON voortduren omdat de plasmaspiegels van
exenatide afnemen over een periode van 10 weken. De keuze van andere geneesmiddelen en de bepaling van de
dosis dient in overeenstemming hiermee overwogen te worden: bijwerkingen kunnen voortduren en de werking
kan, op zijn minst gedeeltelijk, voortduren tot de exenatidespiegels afnemen.
4.5 Bijwerkingen
Samenvatting van
het veiligheidsprofiel De meest frequent voorkomende bijwerkingen (≥ 5% bij behandeling met BYDUREON)
waren hoofdzakelijk gastro-intestinaal gerelateerd (misselijkheid, braken, diarree, en obstipatie). De vaakst
gemelde enkelvoudige bijwerking was misselijkheid die verband hield met de aanvang van de behandeling en na
verloop van tijd afnam. Daarnaast kwamen reacties op de injectieplaats (jeuk, nodules, erytheem), hypoglykemie
(met een sulfonylureumderivaat) en hoofdpijn voor. De meeste bijwerkingen van BYDUREON waren licht tot matig
in intensiteit.Acute pancreatitis en acuut nierfalen zijn zelden gerapporteerd sinds exenatide tweemaal daags op
de markt is gekomen (zie rubriek ‘Bijzondere waarschuwingen en voorzorgen bij gebruik’).Tabel met samenvatting
van de bijwerkingen De frequentie van bijwerkingen van BYDUREON met een incidentie uit klinische studies ≥ 1%
zijn in tabel 1 hieronder samengevat.De bron van gegevens omvat twee placebogecontroleerde studies (10 en 15
weken) en 3 onderzoeken, die BYDUREON vergeleken met exenatide tweemaal daags (een studie van 30 weken),
sitagliptine en pioglitazon (een studie van 26 weken) ofwel insuline glargine (een studie van 26 weken).
Ondersteunende behandelingen omvatten dieet en lichaamsbeweging, metformine, een sulfonylureumderivaat,
een thiazolidinedion of een combinatie van orale antidiabetica. Aanvullend zijn in tabel 1 spontane meldingen
weergegeven van bijwerkingen die niet zijn waargenomen tijdens klinische studies (frequentie niet bekend) en
bijwerkingen die wel zijn waargenomen tijdens klinische studies maar waarvan de frequentie is geschat met
behulp van de klinische studiedatabank.De bijwerkingen die na het op de markt komen en in klinisch onderzoek
van exenatide tweemaal daags zijn waargenomen en die niet met een incidentie ≥1% bij BYDUREON zijn
waargenomen, zijn opgenomen hieronder.De reacties zijn hieronder weergegeven als MedDRA-voorkeursterm per
systeem/orgaanklasse en absolute frequentie. Patiëntfrequenties zijn gedefinieerd als: zeer vaak (≥ 1/10), vaak
(≥ 1/100, <
1/10), soms (≥ 1/1.000, < 1/100), zelden ((≥ 1/10.000, < 1/1.000), zeer zelden (< 1/10.000) en
niet bekend (kan met de beschikbare gegevens niet worden bepaald). Binnen iedere frequentiegroep zijn de
bijwerkingen gerangschikt naar afnemende ernst.Bijwerkingen van Bydureon, waargenomen tijdens klinische
studies en spontane meldingen
Imuunsysteem-aandoeningen
Anafylactische reactie (Niet bekend
2
)
Voedings-
en stofwisselings-stoornissen
Hypoglykemie (met een sulfonylureumderivaat) (Zeer vaak
1,3
)Verminderde
eetlust (Vaak
1,3
)
Zenuwstelsel-aandoeningen
Hoofdpijn,Duizeligheid (Vaak
1,3
)
Maagdarmstelsel-
aandoeningen
Ingewandenobstructie (Soms
4
) Acute pancreatitis (zie rubriek ‘Bijzondere waarschuwingen en
voorzorgen bij gebruik’) (Niet bekend
2
) Misselijkheid,Braken, Diarree (Zeer vaak
1,3
) Dyspepsie, Abdominale pijn,
Gastro-oesofageale refluxziekte (Vaak
1,3
) Abdominale distensie, Eructatie (vaak
1
) Obstipatie (Zeer Vaak
1
) Flatulentie
(Vaak
1,3
)
Nier- en urinewegaandoeningen
Veranderde nierfunctie, inclusief acuut nierfalen, verslechterd
chronisch nierfalen, nierinsufficiëntie, toegenomen serumcreatinine (zie rubriek ‘Bijzondere waarschuwingen en
voorzorgen bij gebruik’) (Niet bekend
2
)
Huid- en onderhuid-aandoeningen
Maculaire en papulaire uitslag (Niet
bekend
2
) Pruritus, en/of urticaria (Soms
1
), Angioneurotisch oedeem (Niet bekend
2
)
Algemene aandoeningen en
toedieningsplaats-stoornissen
Injectieplaats pruritus (Zeer Vaak
1
), Vermoeidheid (Vaak
1,3
), Injectieplaats
erytheem, Injectieplaats uitslag, Somnolentie (Vaak
1
).
1
Mate van voorkomen gebaseerd op klinische studiedata
met BYDUREON. n=592 totaal, (patiënten op sulfonylureumderivaat n=135).
2
Mate van voorkomen gebaseerd op
spontaan gemelde gegevens met BYDUREON.
3
Bijwerkingen lagen in de exanatide tweemaal daags behandelgroep
in hetzelfde frequentie-interval.
4
Incidentie op basis van Bydureon klinische studiedatabase n=2898 (inclusief alle
afgeronde langlopende studies naar werkzaamheid en veiligheid).
Bijwerkingen met een incidentie van ≥ 1 %,
waargenomen als spontane meldingen na het op de markt komen van, en in klinische studies met exenatide
tweemaal daags en die niet zijn waargenomen bij BYDUREON zijn hieronder weergegeven:
Voedings- en
stofwisselingsstoornissen
Dehydratatie, gewoonlijk met misselijkheid, braken en/of diarree (Zelden
2
)
Zenuwstelsel-aandoeningen
Dysgeusie (Soms
2
)
Huid- en onderhuid-aandoeningen
Hyperhidrose (Vaak
1
),
Alopecia (Zelden
2
)
Algemene aandoeningen en toedieningsplaats-stoornissen
Asthenie, Zich zenuwachtig
voelen (Vaak
1
)
Onderzoeken
International normalised ratio (INR) verhoogd met gelijktijdig gebruik van warfarine,
in sommige rapportages geassocieerd met bloedingen (zie rubriek ‘Bijzondere waarschuwingen en voorzorgen bij
gebruik’)
(Zelden
2
)
1
Mate van voorkomen gebaseerd op klinische onderzoeksgegevens van exenatide tweemaal
daags.
2
Mate van voorkomen gebaseerd op spontaan gemelde gegevens van exenatide tweemaal daags.
Beschrijving van een geselecteerd aantal bijwerkingen
Hypoglykemie
De incidentie van hypoglykemie was
verhoogd als BYDUREON werd gebruikt samen met een sulfonylureumderivaat (15,9% versus 2,2%) (zie rubriek
‘Bijzondere waarschuwingen en voorzorgen bij gebruik’). Om het risico van hypoglykemie geassocieerd met het
gebruik van een sulfonylureumderivaat te reduceren, kan een verlaging van de dosering sulfonylureumderivaat in
overweging genomen worden (zie rubrieken ‘Dosering en wijze van toediening’ en ‘Bijzondere waarschuwingen
en voorzorgen bij gebruik’).BYDUREON werd in verband gebracht met een significant lagere incidentie van
episoden van hypoglykemie dan insuline glargine bij patiënten die ook metforminetherapie kregen (3% versus
19%) en bij patiënten die ook metformine plus een sulfonylureumderivaat kregen (20% versus 42%).In alle
studies waren de meeste episodes van hypoglykemie (96,8%; n=32) licht en verdwenen na orale toediening van
koolhydraten. Er is een rapport van één patiënt met ernstige hypoglykemie omdat hij een lage bloedglucosewaarde
had (2,2 mmol/l) en hulp nodig had met orale behandeling met koolhydraten, hetgeen de gebeurtenis deed
verdwijnen.
Misselijkheid
De meest gemelde bijwerking was misselijkheid. Van de patiënten behandeld met
BYDUREON maakte over het algemeen 20% melding van ten minste één episode van misselijkheid vergeleken
met 34% bij patiënten die exenatide tweemaal daags ontvingen. De meeste episoden van misselijkheid waren
licht tot matig van aard. Bij voortzetting van de behandeling nam bij de meeste patiënten die in eerste instantie
last hadden van misselijkheid de frequentie hiervan af.De incidentie van terugtrekking vanwege bijwerkingen uit
het 30 weken durende gecontroleerde onderzoek was 6% voor patiënten behandeld met BYDUREON en 5% voor
patiënten behandeld met exenatide tweemaal daags. Misselijkheid en braken waren de meest voorkomende
bijwerkingen in beide behandelgroepen die leidden tot terugtrekking. Terugtrekking vanwege misselijkheid of
braken afzonderlijk kwam voor bij <1% van de patiënten behandeld met BYDUREON en bij 1% van de patiënten
behandeld met exenatide tweemaal daags.
Reacties op de injectieplaats
Gedurende de 6 maanden gecontroleerde
fase van de studies werden reacties op de injectieplaats frequenter gemeld bij patiënten die BYDUREON kregen
dan bij patiënten behandeld met het vergelijkingsgeneesmiddel (16% versus een spreiding van 2-7%). Deze
reacties waren doorgaans licht van aard en leidden gewoonlijk niet tot terugtrekking uit de studies. Patiënten
kunnen bij continuering van de therapie behandeld worden om de symptomen te verlichten. Volgende injecties
moeten iedere week op een andere injectieplaats gezet worden.Kleine subcutane knobbeltjes op de injectieplaats
werden in klinische onderzoeken frequent waargenomen, in overeenstemming met de bekende eigenschappen
van preparaten met poly-(D,L-lactide-co-glycolide)-polymere microbolletjes. De meeste individuele knobbeltjes
waren asymptomatisch, interfereerden niet met deelname aan de studie en verdwenen in 4 tot 8 weken.
Immunogeniciteit
Geneesmiddelen op basis van eiwitten en peptiden hebben potentieel immunogene
eigenschappen; in overeenstemming hiermee kunnen patiënten na behandeling met BYDUREON antilichamen
tegen exenatide ontwikkelen. Bij de meeste patiënten die antilichamen ontwikkelen, dalen de antilichaamtiters na
verloop van tijd. De aanwezigheid van antilichamen (hoge of lage titers) heeft geen voorspellende waarde voor de
glykemische controle van een individuele patiënt. In klinische onderzoeken met BYDUREON had ongeveer 45%
van de patiënten lage titers antilichamen tegen exenatide op het eindpunt van de studie. Over het geheel genomen
was het percentage antilichaampositieve patiënten consistent in alle klinische studies. Over het geheel genomen
was de mate van glykemische controle (HbA
1c
) vergelijkbaar met die waargenomen bij degenen zonder
antilichaamtiters. Gemiddeld had in de fase 3-studies 12% van de patiënten hoge antilichaamtiters. Bij een deel
hiervan was de glykemische respons op BYDUREON afwezig aan het einde van de gecontroleerde periode van de
studies; 2,6% van de patiënten liet met hoge antilichaamtiters geen glucoseverbetering zien, terwijl 1,6% geen
verbetering liet zien terwijl ze antilichaamnegatief waren. Patiënten die antilichamen tegen exenatide ontwikkelden
hadden de neiging meer toedieningsplaatsstoornissen (bijvoorbeeld roodheid van de huid en jeuk) te krijgen.Voor
het overige waren de mate van voorkomen en soorten bijwerkingen gelijk aan die bij patiënten zonder antilichamen
tegen exenatide. Voor patiënten behandeld met BYDUREON was in de studie van 30 weken en in de twee studies
van 26 weken de incidentie van mogelijk immunogene toedieningsplaatsreacties 9% (meestal pruritus met of
zonder erytheem). Deze reacties werden minder vaak waargenomen bij antilichaamnegatieve patiënten (4%)
vergeleken met antilichaampositieve patiënten (13%), met een hogere incidentie bij diegenen met een hogere
antilichaamtiter. Onderzoek van antilichaampositieve monsters liet geen significante kruisreactiviteit zien met
soortgelijke endogene peptiden (glucagon of GLP-1).
Snel gewichtsverlies
In een studie van 30 weken ondervond
ongeveer 3% (n=4/148) van de met BYDUREON behandelde patiënten ten minste één tijdsperiode van snel
gewichtsverlies (gedocumenteerd gewichtsverlies van meer dan 1,5 kg per week tussen twee opeenvolgende
bezoeken in het kader van de studie).
Versnelde hartslag
In gepoolde klinische studies met Bydureon werd een
gemiddelde hartslagverhoging van 2,6 slagen per minuut (bpm) waargenomen ten opzichte van baseline (74
bpm). Vijftien procent van de met Bydureon behandelde patiënten had een gemiddelde hartslagverhoging van ≥
10 bpm; circa 5% tot 10% van de proefpersonen in de andere behandelgroepen had een gemiddelde
hartslagverhoging van ≥ 10 bpm.
5.HOUDER VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN
AstraZeneca AB - SE-15185 Södertalje - Zweden
6.NUMMER(S) VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE
HANDEL BRENGEN
EU/1/11/696/001-002
7.AFLEVERINGSWIJZE
Geneesmiddel op medisch voorschrift
8.DATUM VAN HERZIENING VAN DE TEKST
10-2014
Gedetailleerde informatie over dit geneesmiddel is beschikbaar op de website van het Europese Geneesmiddelen
Bureau (EMA)
1...,8,9,10,11,12,13,14,15,16,17 19,20,21,22,23,24,25,26,27,28,...54
Powered by FlippingBook